Analyse van 35 projecten toont trend in nieuwe afspraken
Deelmobiliteit in gebiedsontwikkeling; het leek een huwelijk dat niet stuk kon lopen. Waren we allemaal niet wat verblind van verliefdheid op alle voordelen? Een praktijkonderzoek onder 35 actuele projecten laat een divers beeld zien, met struggles en succes. We nemen je in deze nieuwsbrief mee in de steile leercurve van gemeentes en ontwikkelaars; hun ervaringen zijn jouw recept voor een goed huwelijk!
De buro’s APPM Management Consultants , Deesy , Stadkwadraat BV en Witteveen+Bos verzamelden in opdracht van het samenwerkingsprogramma Nationaal Programma Natuurlijk!Deelmobiliteit data en lessen uit 35 zeer diverse projecten. De samenwerkingspartners spraken daarna 12 gemeentes over 15 projecten en hun keuzes in rol, governance, mobiliteit en communicatie. De praktijk blijkt nog een spannende balanceeract tussen afspraken, risico’s, verantwoordelijkheden en (on)zekerheden.
Huwelijkse voorwaarden die nu knellen (bv de 1 op 4 ratio)
Projecten die nu in de gebruiksfase of realisatie zitten, zijn gebaseerd op beleid en aannames van jaren terug. De toen gangbare vervangingsratio van 4 parkeerplekken voor 1 deelauto zit nu soms vastgebakken in de voorwaarden tussen gemeente en ontwikkelaars. Achteraf blijkt dat in meer projecten een te optimistische aanname en blijven deelauto’s ongebruikt of worden weggehaald. Maar hoe zit het met het opschalen van parkeerplaatsen? Is dat überhaupt mogelijk en en wie is daarvoor verantwoordelijk: De gemeente of de ontwikkelaar?
Grondbezit als ruilmiddel of bruidschat?
Situaties waar de gemeentegrond in eigendom heeft of gebieden waar 1 eigenaar is, bieden grote voordelen voor het integreren van deelmobiliteit. Het inplannen van ruimte voor parkeerhubs en het sturen op parkeertarieven komt dan eenvoudiger binnen het bereik van de gemeente. Versnipperd bezit van kavels kan dus een rem blijken voor de ontwikkeling. Met grond als bruidschat kan de gemeente ook makkelijker instappen in gebiedssamenwerkingen. Toch is de verantwoordelijkheid van deelmobiliteit nog vaak op plotniveau georganiseerd.
Deelmobiliteit op plotniveau dominant, maar eindig?
In 36% van de onderzochte projecten worden de mobiliteitsaanbieders via de projectontwikkelaar gecontracteerd, per blok of plot. Contract via de gemeente (9%) of een samenwerking (12%) komt nog veel minder vaak voor. Nog eens 36% heeft nog geen keuze gemaakt. Op plotniveau inkopen en deelmobiliteit neerleggen bij de ontwikkelaar bakent de verantwoordelijkheden prettig af. Maar de praktijk laat zien dat die zekerheid soms schijn is. Aanbieders laten zich niet zo graag meer vastleggen op lange zekerheidsgaranties (10 jaar) en zijn minder gecharmeerd van ondergrond parkeren. Als het deelgebruik in de praktijk lager uitpakt, klagen bewoners over een tekort aan parkeren of toegekende vergunningen. En dan melden ze zich toch vaak bij de gemeente. Die praktijk leidt bij gemeentes tot de wens om meer gezamenlijke afspraken en het kunnen inspelen op scenario’s.
Gemeenschap van goederen de nieuwe trend?
We zien al dat veel gemeentes zich anders opstellen en op zoek zijn naar meer grip en sturing. Ook de wens om meer te kunnen inspelen op betaalbaarheid en de diversiteit aan doelgroepen (bv ouderen, sociale huur) of deelvormen (bv de populaire bakfiets) bepaalt dat het meer en meer specifieke afspraken komen. Het onderzoek en de interviews laten zien dat er een toename is van lichte afspraken naar meer samenwerking tot zelfs ‘gemeenschap van goederen’:
1. Ruim de helft (54%) van de projecten heeft zowel gemeentebrede als ook gebiedspecifieke mobiliteitsplannen. Zo worden bijvoorbeeld andere parkeernormen per gebied mogelijk.
2. De borging van afspraken met ontwikkelaars wordt naast Parkeernota’s en beleid per gebied steeds meer vastgelegd in anterieure overeenkomsten (AOK).
3. Gemeentes en ontwikkelaars gaan steeds meer vormen van afspraken aan over de plots heen, bv gezamenlijke inkoop, meerdere aanbieders, kortere beschikbaarheidsperiodes.
4. Een aantal gemeentes overweegt of neemt de parkeervoorzieningen in eigendom.
5. Het aantal gemeentes dat zwaardere samenwerkingsvormen opricht groeit (mobiliteitsfonds, PPS, constructie, mobiliteitsbedrijf).
Zwaardere samenwerking = lichtere sturing!
In de vorming van de zwaardere organisatie worden een aantal zaken meegenomen die de onzekerheden rond deelmobiliteit beter aankunnen. Er zitten voor alle partijen nog risico’s in, die gezien de ontwikkelingen van bv aanbieders en gebruikers lastig te voorspellen zijn. We plannen nu voor opleveringen over een aantal jaren. In de zwaardere samenwerkingen of regie-afspraken komen een aantal elementen vaker terug:
- Uitgangspunt is (deels) publiek eigendom en/of exploitatie
- Er is een afkoop of financiële bijdrage van ontwikkelaars aan de samenwerkingsvorm
- Er wordt gestuurd op (scenario’s) van deelmobiliteit vs parkeren
- Bestaande parkeercapaciteit of hubs worden betrokken bij het plangebied.
- Ingroei-afspraken met aanbieders zorgen voor gewenning bij gebruikers.
Al dit soort afspraken aan de basis van een gebied zorgen voor meer grip en lichter bijsturen.
Communicatie en monitoring zijn nog teer punt
De trends rond de thema’s organisatie, governance en mobiliteit tekenen zich duidelijk af in het onderzoek. Maar het minst ingevuld zijn de afspraken rond communicatie en de monitoring van het daadwerkelijke gebruik van de deelvoertuigen. Van de 12 projecten in de gebruiksfase blijkt 36% niet bekend met het gebruik en 28% niet bekend met de ontwikkeling van het aanbod. Daar waar er wel informatie is, is het beeld grillig; zowel af als toename van gebruik komen voor en gebruik is boven maar ook onder verwachting.
Bewoners de dupe van gedoe tussen partijen?
Een goede communicatie naar bewoners over (deel)mobiliteit is niet altijd vanzelfsprekend. De ontwikkelaar en makelaar willen de woningen verkopen en verhuren. De gemeente wil draagvlak en deelnemers bij de mobiliteitstransitie. Gebrek aan duidelijke communicatie kan leiden tot klachten en bewoners die alsnog een parkeervergunning afdwingen. Ook het sturen op parkeertarieven, parkeren op afstand en de effecten van autoluwe wijken (bv zware boodschappen of pakketbezorging) zijn voor bewoners soms flink wennen. Maar het geld ook andersom; zonder deelmobiliteit en strikte parkeerregimes zouden sommige projecten niet van de grond komen en dan missen bewoners de zo gewenste extra woningen. De liefde moet dus een beetje van beide kanten komen.
Vijf tips voor een goed huwelijk?
Een scheiding hangt zeker niet in de lucht, maar bijsturing van de verwachtingen is wel nodig gebleken. De maatschappelijke en ruimtelijke baten van deelmobiliteit in gebiedsontwikkeling blijven echter interessant. Gemeentes die een of meer projecten met deelmobiliteit hebben ingezet en gerealiseerd ervaren wel een steile leercurve, waarbij de lessen van een paar jaar terug alweer achterhaalt kunnen zijn.
De belangrijkste lijn en tips uit de 35 praktijkprojecten zijn;
1. Bouw beleidsruimte in om per projectgebied af te wijken van gemeentenormen en maak zo experimenten en anterieure afspraken mogelijk, die je pas later invult.
2. Wees realistisch over het potentiële deelgebruik. Schaal liever op na een voorzichtige start (= succes) dan te moeten afbouwen (=falen) na te optimistisch wensdenken.
3. Gebruik de ervaringen van de aanbiederszelf en stuur samen met de ontwikkelaars op afspraken voor het hele gebied al dan niet in combinatie met die op plotniveau.
4. Neem als gemeente een aantal draaiknoppen in eigen hand (mn rond parkeren) om op- en afbouwscenario’s mogelijk te maken. Of borg deze afspraken in een samenwerkingsvorm.
5. Communicatie over (deel)mobiliteit in alle fase van het project vergt centrale regie en monitoring, liefst met participatie van de (eerste) bewoners. Bouw hiervoor voldoende afspraken, budget en tijd in zodat de bewoners nooit de dupe zijn.
Rapport met alle resultaten na de zomer
Dit is een eerste globale samenvatting van de resultaten. De 35 projecten worden opgenomen in een digitaal casusboek op deelmobiliteit.nu Ze zijn nu al te vinden met een uitgebreid aantal projectkenmerken zoals de beoogde parkeernorm en het aantal deelvoertuigen. De eindrapportage wordt na de zomer gepresenteerd aan de opdrachtgever.